Techniek.

Ik zal het een en ander vertellen over mijn techniek in het verleden en nu. Vroeger maakte ik monochrome onderschilderingen, waardoor er een fasering optreed tussen het werken in vorm en kleur. Dit gaf enige houvast om de vorm sterk te krijgen en de kleur later toegevoegd kon worden, waardoor het beeld sfeer en uitstraling kreeg. Deze fasering heb ik bewust laten varen om een rijkere sfeertekening en vormzachtheid te kunnen toepassen. Ook heb ik gemerkt dat vorm en kleur niet zo goed te scheiden zijn, als ik vroeger wel wilde. Na een fase van experimenteren in techniek en schilder stijl, heb ik een soort integratie gevonden, door eerst naar het totale gevoel te zoeken in kleur ( Acryl later olieverf ).  Hier in is al dan niet de vorm aanwezig. De sfeertekening zuigt me in het beeld, waarna ik probeer te beoordelen wat nodig is in het beeld. De techniek maakt dat veel verdwijnt onder nieuwe lagen en steeds weer om een oordeel vraagt. Veel werk verdwijnt ook gewoon weer, terwijl ik probeer keuzes te maken. Deze keuzes zijn minimaal gekoppeld aan een plan.  Ik probeer ook te zien wat het toeval wil en het potentieel te zien dat  hierin aanwezig is. Zo komt wat ik voor ogen heb en het (ogenschijnlijke) toeval bij elkaar om een beeld te vormen dat (hopelijk) in alle opzichten gelaagd is. In alle fasen zijn foto’s een belangrijk deel van het plan en een soort hedendaags schetsboek. Hierdoor heb ik een veelheid aan gegevens en kunnen dingen als belichting, pose en mimiek  worden gekozen als vaster punt. De experimenteer modus die mijn geest moet aanmenen kan terugspringen naar dat beeld en heeft daardoor ruimte voor het gelukkige ongeluk dan kan ontstaan. Abstraheren moet in het denken en het beeld een plaats kunnen hebben.

Behalve technische gelaagdheid wil ik ook graag dat het “verhaal”voor mijzelf sluitend is en het ter zake doende voor de compositie aanwezig is, doch het beeld niet te verhalend van karakter is en er genoeg te raden blijft om het beeld spannend te houden. Ook het suggestief gebruik van kleurvlekken geeft enige ruimte aan het beeld. Abstractie is ook veel in het beeld aanwezig om het betekenisvolle kracht bij te zetten en het schilderij als zodanig een andere lading te geven.  Door de aanwezigheid van min of meer abstracte elementen wordt het figuratieve versterkt en geeft ruimte over hoe het beeld gelezen kan worden.  Het beeld kan vaak puur esthetisch bekeken worden , maar ook in betekenis , welke persoonlijk kan worden ingevuld.

Ik vind dat hier meer dan vroeger ruimte in moet laten. Ik merk ook,dat ik minder opdringerig mijn verhaal kwijt moet, in een schilderij. De eisen die ik aan een schilderij stel zijn hoger  dan voorheen. Toch is het vluchtig en geeft het beeld,als het af is, me zelden of nooit de voldoening die overeen komt met de drive die ik tijdens het maak proces had. Dit komt vrees ik overeen met wat kunstenaars door de eeuwen heen hebben ervaren en is het slechts een afspiegeling van het creatieve proces waar ik deel van probeer uit te maken en door me heen wil laten stromen.

Van deze  techniek verwacht ik dan ook dat het een middel is om te komen tot. En aan verandering onderhevig dient te zijn om passend te zijn in het creatieve proces. Ik moet het beeld als het een aantrekkingskracht op me heeft, zo goed als ik dan kan, met open vizier tegemoet treden, zonder mijn technische kaders er te snel om heen te plaatsen. Dan is het een kwestie van gaan en doen wat het beeld van me vraagt.